Hoe je het draait of keert: het Eurovisiesongfestival is veel meer dan artiesten die voor landen zingen. In Eurovision Basics leggen we elke week een term uit die – frequent of minder frequent – u moet kennen om een Songfestivalexpert te worden. Met vandaag: de Big Five.

De Big wat?

Je hebt het in heel wat categorieën: de Big Five. Bij dieren, sport, bedrijven of in entertainment staat de Big Five voor een verzamelnaam van een groep die geniet van een privilege. Meestal is het prestige en heeft het geen grote voordelen, maar in het Eurovisiesongfestival geeft deze term heel wat voordelen. Maar het heeft ook een prijskaartje. Letterlijk dan.

De Big Five op het Eurovisiesongfestival is een verzamelnaam van vijf landen die een aanzienlijk grote bijdrage leveren aan het festival op twee manieren. Aan de ene kant betalen ze een hoge prijs inschrijvingsgeld aan de EBU. Dat is de overkoepelende organisatie van het festival. Aan de andere kant leveren ze ook een groot aandeel kijkers af. Als een finale bijvoorbeeld zeventig miljoen kijkers lokte, dan komt ruim dertig miljoen van deze vijf landen en de overige kijkers van een stuk of veertig naties.

Tot en met 2010 bestond de Big Five niet, maar werd er van de Big Four gesproken. Die bestond uit DuitslandFrankrijkSpanje en het Verenigd Koninkrijk. In 2011 vervoegde Italië de club en werd de Big Four uitgebreid naar de Big Five.

Wat is dan dat voordeel?

Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn dankzij hun bijdrage jaarlijks zeker van een rechtstreekse plaats in de finale van het Eurovisiesongfestival sinds de introductie van de halve finale in 2004. Bijgevolg moeten ze geen halve finale aandoen als deelnemend land en riskeren ze dus niet om vroegtijdig uitgeschakeld te worden voor de eindtitel.

Echter bestaat de Big Five (of Big Four) al langer. In 2000 werd deze regel ingevoerd. In die tijd moesten landen die de jaren ervoor matig of slecht hadden gepresteerd thuisblijven om plaats te maken voor andere landen. Zo werd er van 1994 tot en met 2003 een roulatiesysteem gehanteerd, maar toen er steeds meer landen wilden deelnemen en het niet meer houdbaar was voor de EBU, werd de halve finale in 2004 geïntroduceerd.

Waarom is de Big Four/Five ontstaan?

Het begon allemaal in 1996. De EBU had dat jaar eenmalig een soort van audiovoorronde ingevoerd. Daardoor konden alle landen die wilden meedoen zich inschrijven, maar zou er voor de feitelijke finale een schifting worden gemaakt. Een van de zeven slachtoffers was Leon uit Duitsland. Daardoor kon het land voor het eerst – en voor het laatst – geen inzending afvaardigen. Dat jaar riep ARD al op een soort van maatregel.

Een definitieve vorm werd na het festival van 1999 gegeven aan de Big Four. Zowel Frankrijk als Spanje zaten in de gevarenzone om gediskwalificeerd te worden voor het festival van 2000. Donkere wolken pakten zich samen boven de kantoren van de EBU in Genève en kwam als resultaat de Big Four uit de bus. Frankrijk en Spanje – en bovendien ook de portemonnee van de EBU – waren gered.

Zijn er dan geen nadelen?

Die zijn er zeker, maar die werd pas duidelijk met het invoeren van de halve finale in 2004. De ingezonden artiesten van bovengenoemde landen mochten namelijk maar één keer optreden, terwijl gekwalificeerden uit de halve finale hun nummer al eens eerder konden laten horen. Van 2004 tot en met 2007 waren er naast de Big Four ook nog eens tien landen geplaatst die het een jaar eerder heel goed hadden gedaan. Ook zij kregen te maken met het probleem en scoorden vaak minder. Slechts één keer in die vier jaar kon een rechtstreeks geplaatste finalist winnen en dat was Griekenland in 2005.

Daarnaast kwam de Big Four ook in een negatieve spiraal te zitten door slechte resultaten en namen de naties het festival niet meer heel serieus. Zo stuurden de Britten een groep zingende stewards en stewardessen, de Spanjaarden een mislukt komiek typetje van een talkshowhost en kwam Duitsland af een bende kwelende vrouwen. Als er dan eens een ietwat normale inzending werd afgevaardigd, werd het vaak overklast door veel sterkere Oost-Europese inzendingen.

Toch vonden de meeste landen hun juiste weg terug en scoren Spanje, Frankrijk en Duitsland regelmatig mooie resultaten. Het Verenigd Koninkrijk blijft een beetje zoeken en wacht al negen jaar op een notering bij de beste tien. Het laatst aangesloten Italië heeft als minste last van de nadelen en haalde in acht deelnames sinds 2011 zes keer de top 10.

De nadelen wegen niet op tegen de voordelen en de Big Five is volgens ons een vaststaand feit voor de komende jaren op het Eurovisiesongfestival.

POLL: Wat denkt u?

Bij de fans van het Eurovisiesongfestival is de Big Five een punt van discussie. Velen kunnen het nut ervan inzien, maar voor andere is het een onfaire maatregel. Laat ons via onderstaande poll weten wat u denkt op de volgende vraag:

Is de Big Five een goede zaak voor het Eurovisiesongfestival?

Bekijk resultaten

Laden ... Laden ...

Een land kon overigens winnen als land van deze groep: Duitsland eindigde in 2010 op de eerste plaats met Lena’s “Satellite”. Bijgevolg was het land in 2011 het eerste gastland van de Big Five.

Volgende week in Eurovision Basics: de EBU.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.