Hoe je het draait of keert: het Eurovisiesongfestival is veel meer dan artiesten die voor landen zingen. In Eurovision Basics leggen we elke week een term uit die – frequent of minder frequent – u moet kennen om een Songfestivalexpert te worden. Met vandaag: het “Te Deum”.

Al sinds de start van het Eurovisiesongfestival in 1956 heeft de wedstrijd een herkenwijsje. Nadat deze al werd gebruikt voor andere EBU-uitzendingen zoals bij het bloemencorso van Montreux in 1954 – nota bene de allereerste Eurovisieuitzending – zou ook het “Te Deum” worden ingeschakeld als start- en eindsignaal van het Eurovisiesongfestival. Een traditie die tot op vandaag kan standhouden, maar alleen maar een ceremoniĂ«le functie heeft.

Wat is het “Te Deum”?

Het “Te Deum” is een zogenaamde hymne (een lofzang aan God). Er zijn meerdere versies van het “Te Deum”, met allemaal een andere opbouw en muziekstijl. Zo hebben ook Mozart en Berlioz een “Te Deum” gecomponeerd. De European Broadcasting Union gebruikt het “Te Deum” van de Fransman Marc-Antoine Charpentier (1643-1704). Het is te zeggen: een stukje ervan. Charpentier’s “Te Deum” bestaat namelijk uit elf stukken van gezamenlijk zo’n twintig minuten.

Daarom werd enkel het eerste stuk “Marche en rondeau” ofwel de prelude (vrij vertaald: het voorspel) van het “Te Deum” aangekocht. Het was op aanraden van de in BelgiĂ« geboren Carl de Nys, een muziekonderzoeker, dat de EBU dit deed. De originele versie had echter niet zoveel bombastische kenmerken zoals we de prelude nu kennen. Daarom kwam er een herwerking door Guy Lambert (1906-1971) en Louis Martini (1912-2000).

Op internet zijn er tig versies te vinden van de prelude, die ongeveer twee minuten duren. De EBU-versie maakt al sinds de start van de uitzendingen gebruik van maximum de eerste dertig seconden.

Waarom was het “Te Deum” nodig?

Het “Te Deum” werd in het begin gebruikt voor meerdere doelen. Als eerste was het “Te Deum” een herkenningsignaal dat er een uitzending van Eurovisie ging beginnen. Niet alleen het Songfestival kwam met het “Te Deum” de huiskamer binnen, maar ook internationale eucharistieuitzendingen, het overbekende Spel Zonder Grenzen en het jaarlijkse Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen gingen voorafgaand van het “Te Deum”.

Daarnaast was het “Te Deum” ook een punt waarin de verschillende omroepen konden inschakelen op de uitzending. Het werd namelijk tweemaal afgespeeld. Bij omroepen die ietwat technisch ontwikkeld waren werd eerst een pancarte met het eigen logo getoond en verscheen nadien het logo van de gastomroep van uitzending. Dat was meestal in een cirkel met de letters “Eurovision”.

Er zijn ook varianten waarin bijvoorbeeld alle deelnemende landnamen in die cirkel verschenen of het logo van de wedstrijd. Vanaf midden jaren tachtig werd er meer gespeeld met grafieken, maar bleef de pancarte nog altijd het centrale punt van de introductie.

In 1994 kreeg de European Broadcasting Union een nieuw logo en vond de organisatie dat het hoog tijd was voor een nieuwe manier van introduceren. Het statische verdween en er werd een speciale grafische intro gecreëerd. Ook ging de techniek zo snel vooruit dat verbindingen maken automatisch kon gebeuren. Na 2001 verdween ook het logo van de gastomroep uit de intro en kreeg de intro een nieuwe versie in 2002, 2009 en 2013.

Is het “Te Deum” dan nog nodig?

Technisch gezien is het niet meer nodig, maar kiest de EBU er toch voor om zijn uitzendingen een herkenbaar start- en sluitpunt te geven. Het festival zou niet hetzelfde zijn zonder het “Te Deum” en is naast “Waterloo” en “Volare” misschien wel Ă©Ă©n van de bekendste liedjes die het Eurovisiesongfestival heeft voortgebracht.

De prelude van het “Te Deum” heeft overigens geen tekst, al dachten presentatrice Filomena Cautela en Estse zangeres Elina Nechayeva daar dit jaar toch anders over.

Volgende week in Eurovision Basics: het orkest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.